Schoolregels
 
Plein:
Lopen vanaf het hek met de fiets aan de hand.
Fietsen stallen in fietsenstalling.
Voetballen op het voetbalveld.
Overige gedeelte van het plein alleen gooien met de bal.
Pas naar binnen als de bel gaat, of na toestemming van de pleinwacht.
Probeer kleine problemen samen op te lossen.
Lukt dat niet, dan kun je hulp vragen van de pleinwacht.
Bij ongelukjes helpt de pleinwacht, of wordt de hulp van collega’s ingeroepen.
Incidenten worden opgeschreven in het mapje Incidentenregistratie dat bij de directeur op het bureau ligt.
 
School:
We gaan netjes om met de schoolmaterialen.
We houden het schoolgebouw en het plein netjes.
We lopen in de gangen.
In de gemeenschappelijke ruimtes zijn we zo stil mogelijk, zodat we geen anderen storen.
Jassen en tassen hangen aan de kapstok.
We ruimen na afloop van ons werk de spullen die we gebruikt hebben op.
We houden wc en wasbak schoon.
Na wc-gebruik wassen we de handen.
Je mag een groep niet storen, als in de kring de kaars brandt.
 
Klas:
We gaan respectvol met elkaar om.
We gaan netjes om met de materialen in de klas en de spullen van anderen.
We ruimen na afloop van ons werk de spullen die we gebruikt hebben op.
We gebruiken spullen van anderen pas na toestemming.
Waar nodig helpen we elkaar.
We luisteren naar wie de beurt heeft.
We werken zo, dat we geen ander storen.
 
 
Pestprotocol
 
Op onze school werken we vanaf groep 1 met Kanjertraining. Het belangrijkste doel van Kanjertraining is, dat een leerling positief over zichzelf en de ander leert denken. De Kanjertraining geeft kinderen handvatten in sociale situaties. Leerlingen leren bepaald gedrag te herkennen en te benoemen. Ook leren ze daar adequaat op te reageren. Kanjertraining is dus ook bedoeld om voldoende weerbaar te zijn in een groep.
Aan de hand van verhalen, worden bepaald gedrag benoemd. Zo leren leerlingen herkennen,   welk gedrag ze laten zien en welk gedrag een ander heeft.
De 4 petten staan symbool voor 4 soorten gedrag.
 
De Kanjerlessen worden door de leerkracht gegeven. Zij hebben daarvoor een opleiding gevolgd. Eenmaal getraind, weet de leerkracht als kanjertrainer waar de schoen wringt bij de leerlingen en hoe moet worden gehandeld.
De leerkracht maakt in de uitvoering van de lessenreeks gebruik van een uitgebreide
handleiding en een pedagogisch adviessysteem.
Kanjertrainingen zijn effectief, duidelijk, verhelderend en helpen leerlingen een keuze
te maken in hun gedrag. De lessen gaan uit van een positieve levensvisie en zijn toekomst-
en oplossingsgericht voor zowel leerlingen, leerkrachten als ouders.
Met de Kanjertraining willen we de volgende doelen bereiken:
   
 Binnen de kanjertraining hebben wij
de volgende vijf regels:
 

 
 
Mocht het ondanks deze aanpak voorkomen, dat leerlingen op onze school gepest worden, dan pakken wij dit serieus aan.
 
Voorwaarden
• Pesten moet als probleem worden gezien door alle betrokken partijen:
leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep),
leerkrachten en de ouders/ verzorgers
• De school probeert pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of
pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de
leerlingen bespreekbaar worden gemaakt.
• Als pesten optreedt moeten leerkrachten, in samenwerking met de
ouders/ verzorgers, dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.
• Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch de kop op steekt,
moet de school beschikken over een directe aanpak.
Op school zijn contactpersonen aangesteld (een ouder en een leerkracht).
• Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt, of de
aanpak niet het gewenste resultaat oplevert, dan kan de contactpersoon doorverwijzen naar
een vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.
• Op school is een vertrouwenspersoon aangesteld.
 
Het doel van dit pestprotocol
Alle leerlingen moeten zich op onze school veilig kunnen voelen, zodat zij zich
optimaal kunnen ontwikkelen.
Door regels en afspraken zichtbaar te maken, kunnen leerlingen en volwassenen,
als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en
afspraken.
Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen, stellen we alle leerlingen
in de gelegenheid, om met plezier naar school te gaan.
 
Het verschil tussen plagen en pesten
Plagen                                                 Pesten
1. Gebeurt spontaan                               1. Gebeurt met opzet: de pestkop
                                                                              weet vooraf wie hij/ zij zal pesten
                                                                              en op welke manier.
2. Heeft geen kwade bijbedoeling.          2. Wil iemand bewust kwetsen of
                                                                              kleineren.
3. Duurt niet lang, gebeurt niet vaak.       3. Kan lang blijven duren, gebeurt
                                                                              meer dan eens en regelmatig. Houdt
                                                                              niet vanzelf op.
4. Speelt zich af tussen gelijken.             4. De strijd is ongelijk, de pestkop
                                                                              heeft altijd de bovenhand. De                
                                                                               pestkop voelt zich machtig als het
                                                                              slachtoffer zich machteloos voelt.
5. Is meestal te verdragen of zelfs
plezierig, maar kan ook kwetsen.             5. De pestkop heeft geen positieve
                                                                              bedoeling, wil pijn doen, vernielen of
                                                                              kwetsen.
6. Is meestal 1 tegen 1.                            6. Meestal een groep tegenover 1
                                                                              slachtoffer.
7. De rollen liggen niet vast.                    7. Heeft een vaste structuur. De
                                                                              pestkoppen zijn meestal dezelfde en
                                                                              de slachtoffers ook. Als de
                                                                              slachtoffers wegvallen, kan de
                                                                              pestkopwel op zoek gaan naar een
                                                                              ander slachtoffer.
8. De eventuele pijn is dragelijk.             8. Als er niet op tijd iets aan wordt
                                                                              gedaan, kunnen de lichamelijke en
                                                                              geestelijke gevolgen ingrijpend zijn
                                                                              en lang nawerken.
9. De vriendschap wordt hervat.             9. Het is niet makkelijk om na het
                                                                              pesten een goede relatie op te
                                                                              bouwen.
10. Het blijft lid van de groep.               10. Het gepeste kind is geïsoleerd,
                                                                              voelt zich eenzaam en voelt dat hij/
                                                                              zij niet meer bij de groep hoort.
11. De sfeer in de groep blijft goed.       11. Geeft een dreigend, onveilig
                                                                              gevoel in de groep. Iedereen is
                                                                              angstig omdat ze bang zijn de
                                                                              volgende te zijn die gepest zal
                                                                              worden.
 
Hoe willen wij daar mee omgaan?
Het voorbeeld van de leerkracht (en thuis de ouders/ verzorgers) is van groot belang.
Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over
de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies
niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van
leerkrachten, ouders/verzorgers en leerlingen wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten
horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.
Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden, is het afspreken van regels voor de leerlingen.
 
Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:
• altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen
• zogenaamd leuke opmerkingen maken over een klasgenoot
• een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven
• briefjes doorgeven
• beledigen
• opmerkingen maken over kleding
• isoleren
• buiten school opwachten, slaan of schoppen
• op weg naar huis achterna rijden
• naar het huis van het slachtoffer gaan
• bezittingen afpakken
• schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer
• systematisch of meerdere keren vervelend gedrag door/ naar dezelfde persoon
 
Regels om pesten te voorkomen
Regel 1
Als je wordt gepest of als je ruzie met een ander hebt en je komt er zelf niet
uit dan moet je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.
Regel 2
Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook verantwoordelijkheid heeft om
het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers
verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.
Regel 3
School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit
neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is
bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders/verzorgers naar school komen om eigenhandig een
probleem voor hun kind op te lossen. Bij problemen van pesten zullen de directie
en de leerkrachten hun verantwoordelijkheid (moeten) nemen en overleg voeren
met de ouders van de pester en gepeste.
 
Regels t.a.v. pesten die in alle groepen gelden
1. Ga met een ander om, zoals je het zelf ook prettig zou vinden.
2. Aan de juf of meester vertellen als er iets gebeurt wat je niet prettig of gevaarlijk vindt.
3. Vertel de leerkracht wanneer jijzelf of iemand anders gepest wordt.
4. Blijft de pester doorgaan dan moet de leerling dat aan de leerkracht vertellen.
5. Word je gepest praat er thuis dan over, je moet het niet geheim houden.
6. Nieuwe kinderen willen we goed ontvangen en opvangen. Ze zijn ook welkom
op onze school.
7. Probeer ook zelf een ruzie met praten op te lossen. Na het uitpraten
kunnen we ook weer vergeven en vergeten.
Deze regels gelden op school en daarbuiten.
Toevoegingen:
Leerlingen mogen in overleg met de leerkracht in hun eigen groep een aanvulling geven op deze vastgestelde schoolregels. Die aanvullingen worden opgesteld door en met de groep, het zijn de zgn. groepsregels. Zowel schoolregels als groepsregels zijn zichtbaar in de klas
opgehangen.
 
Aanpak van de ruzies en pestgedrag in 4 stappen
Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/ of elkaar pesten doen wij het
volgende:
Stap 1
Er eerst proberen zelf (en samen) uit te komen.
Stap 2
Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt (in feite het onderspit
delft en de verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het
probleem aan de leerkracht voor te leggen.
Stap 3
De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderinggesprek en
probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe)
afspraken te maken. Bij herhaling van pesterijen/ ruzies tussen dezelfde
leerlingen volgen sancties (zie bij consequenties).
Stap 4
Bij herhaaldelijke ruzie/ pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en
houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest/ ruzie maakt. De fases
van bestraffen treden in werking (zie bij consequenties). Bij iedere melding
worden de ouders/ verzorgers op de hoogte gebracht van het ruzie/pestgedrag. Tevens wordt
de directeur ingelicht en zal deze aanwezig zijn bij het gesprek met de ouders/verzorgers.
De directeur, de leerkracht en ouders/ verzorgers van alle betrokken partijen proberen in
goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.
N.B. De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester,
indien nodig met de ouders/verzorgers en/of externe deskundigen.
 
Consequenties
De leerkracht heeft het idee dat er sprake is van onderhuids pesten:
In zo’n geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die
weg bij het probleem in de klas te komen.
De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest (of de gepeste of medeleerlingen komen het bij hem/ haar melden) en vervolgens leveren stap 1t/m 4 geen positief resultaat op voor de gepeste.
De leerkracht neemt duidelijk een stelling in. De straf is opgebouwd in 5 fases,
afhankelijk hoelang de pester door blijft gaan met zijn/ haar gedrag en hier
geen verbetering in vertoont:
Fase 1
• Door gesprek: bewustwording voor wat hij/ zij met het gepeste kind doet.
• Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komt aan het eind van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.
 
Mogelijke sancties zijn:
• Een of meerdere pauzes binnen blijven met een opdracht die de pester aan het denken zet. Dit kan eventueel op een vaste afgesproken plek voor dit soort situaties (strafplek/ time-outplek)
• Nablijven
• Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn/ haar rol in het pestprobleem
 
Fase 2
• Wederom een gesprek met de directeur, leerkracht en ouders/verzorgers en als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van de ouders/verzorgers wordt nadrukkelijk gevraagd om een eind aan het probleem te maken.
Fase 3A
• Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals
de Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD of  schoolmaatschappelijk werk.
Fase 3B
• Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school.
Fase 4
• In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.
N.B. In alle gevallen en bij alle incidenten, worden de ouders/verzorgers van de betreffende
leerling op de hoogte gesteld.
Van alle gesprekken, zowel door de leerkracht als de directeur, wordt verslaglegging gedaan.
 
Begeleiden van de gepeste leerling
• Medeleven tonen, luisteren en vragen hoe en door wie er gepest wordt;
• Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/ zij voor, tijdens en na het pesten;
• Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die de pester wil uitlokken. Laat de leerling inzien dat hij/ zij op een andere manier kan reageren;
• Zoeken naar en oefenen van een andere reactie, bijvoorbeeld zich niet afzonderen;
• Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest;
• Nagaan welke oplossing de leerling zelf wil;
• Sterke kanten van de leerling benadrukken;
• Belonen als de leerling zich anders/ beter opstelt;
• Praten met de ouders van de gepeste leerling;
• Het gepeste kind niet overbeschermen. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.
 
Begeleiden van de pester
• Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/ pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen)
• Laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste
• Excuses aan laten bieden
• In laten zien welke sterke/ leuke kanten de gepeste heeft
• Pesten is verboden in en om onze school: wij houden ons aan deze regel
• Straffen als het kind wel pest, belonen als het kind zich aan de regels houdt
• Kinderen leren om niet meteen kwaad te worden, leren beheersen, de
‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van gedrag aanleren
• Contact tussen ouders en school. Elkaar informeren en overleggen
• Inleven in het kind
• Zoeken naar een sport of club waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen ook leuk kan zijn
• Inschakelen van hulp zoals sociale vaardigheidstrainingen, jeugdgezondheidszorg, huisarts etc.
 
Adviezen aan de ouders/verzorgers
Ouders/verzorgers van het gepeste kind
• Houdt de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind
• Als pesten niet op school gebeurt maar op straat, probeer dan contact op te nemen met de ouders van de pester om het probleem bespreekbaar te maken
• Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken
• Door positieve stimulering en schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen
• Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport
• Steun uw kind in het idee dat er een einde komt aan het pesten.
Ouders/ verzorgers van de pesters
• Neem het probleem van uw kind serieus
• Raak niet in paniek, elk kind loopt kans een pester te worden
• Probeer achter de oorzaak te komen
• Maak uw kind bewust wat het anderen aandoet
• Besteed extra aandacht aan uw kind
• Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport
• Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind
• Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.
Alle andere ouders/verzorgers
• Neem de ouders van het gepeste kind serieus
• Stimuleer uw kind om op een goede manier met anderen om te gaan
• Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag
• Geef zelf het goede voorbeeld
• Leer uw kind voor anderen op te komen
• Leer uw kind voor zichzelf op te komen.